Overheidsopdrachten: draagkracht van een derde voor de selectiecriteria

Gemaakt i.s.m. Lara Jonckheere en Noore Weyns (zomerstagiairs juni 2026).
Het Hof van Cassatie verwierp in zijn arrest van 4 mei 2026 het beroep tegen de vernietiging van een gunningsbeslissing (C.25.0289.N). In essentie beantwoordde het Hof de vraag of een kandidaat om te voldoen aan de selectiecriteria op de beroepservaring van een derde mag steunen, zonder dat deze derde de opdracht mee uitvoert.
De verzoekende partij Mobiliteit en parkeren Antwerpen AG stapte naar het Hof van Cassatie tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 31 maart 2025. Het Hof van Beroep vernietigde de gunningsbeslissing op grond van artikel 73 KB Plaatsing 2017, omdat de derde waarop de inschrijver, Krautli, zich beroept de opdracht niet uitvoerde. De gunningsbeslissing betrof een raamovereenkomst voor levering, installatie en onderhoud van automatische verdwijnpalen en toe behoren en een centraal afstandsbewakingssysteem.
Ten eerste bracht de verzoekende partij aan dat de appelrechters een te ruime interpretatie aan artikel 73, §1, eerste lid KB Plaatsing 2017 gaven. Dit door de criteria ruimer te zien dan enkel de criteria inzake studie- en beroepskwalificaties en ook te kijken naar de relevante beroepservaring.
Het Hof van Cassatie bepaalde dat de aanbestedende overheid voorwaarden kan opleggen met betrekking tot de technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid van de opdrachtnemer (art. 68, §1,eerste lid KB Plaatsing 2017). Ook erkende het Hof dat de aanbestedende overheid kan eisen dat opdrachtnemers een voldoende mate van ervaring hebben. Om te voldoen aan de voorwaarden kan de kandidaat zich beroepen op de draagkracht van een andere entiteit, maar dan moet die entiteit de werken of diensten waarvoor die draagkracht vereist is daadwerkelijk uitvoeren (art. 73,§1, lid 1 KB Plaatsing 2017). Aangezien de derde, op wie Krautli steunt voor zijn draagkracht, de opdracht niet uitvoert, oordeelde het Hof van Cassatie dat de genomen gunningsbeslissing inderdaad onwettig was. Hierin volgt het dus de beslissing van het Hof van Beroep.
Ten tweede voerde de verzoekende partij aan dat de appelrechters de bewijskracht van de akte miskennen door een uitlegging te geven aan de selectiecriteria uit de selectieleidraad die volstrekt onverenigbaar zou zijn met de bewoordingen en de draagwijdte ervan. Het Hof van Cassatie verklaarde dit onderdeel niet-ontvankelijk aangezien het geen miskenning van de bewijskracht inhoudt.Het Hof verduidelijkte dat dit gewoon kritiek is van de verzoekende partij op de juridische gevolgtrekking die de appelrechters uit die selectieleidraad maken.
Conclusie:
In dit arrest wordt een princiepskwestie in het Belgisch recht beantwoord: de notie “criteria inzake studie- en beroepsbekwaamheid, of inzake de relevante beroepservaring”moet voldoende ruim geïnterpreteerd worden. Dus ook de relevante beroepservaring uit artikel 68, §4, 6° KB Plaatsing 2017 valt eronder. Wanneer een entiteit op een andere entiteit steunt om aan de selectiecriteria voor een overheidsopdracht te voldoen, moet die derde ook effectief uitvoering geven aan het onderdeel van de opdracht waarvoor op diens draagkracht een beroep is gedaan.
